 |
| |
De bijzondere verrichtingen |
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
' Het Achtje'
Met deze oefening laat je zien dat je
een complete (denkbeeldige) acht kunt rijden in een rechthoekig kader.
Je rijdt met trekkende motor en houdt daarbij een gelijkmatige snelheid
aan. Je mag je voetrem gebruiken en eventueel een slippende koppeling.
|
|
| |
|
|
|
|
| |
'Halve draai
linksom'
Als de examinator voor deze oefening
kiest dan rijd je met licht trekkende motor op een denkbeeldige rijbaan.
Na de tweede pylon maak je in één vloeiende beweging
een halve draai naar links of rechts. Je rijdt dan terug naar het
startpunt. |
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
'Langzame slalom'
Er geldt geen richtlijn voor de snelheid.
Gezien de geringe tussenafstand ligt een stapvoets tempo voor de hand.Het
gebruik van een slippende koppeling is bij deze oefening verplicht.
Van belang is verder de combinatie van juiste bediening, langzaam
rijden en het behouden van de balans. Dit alles doe je natuurlijk
zonder de pylonen aan te raken! |
|
| |
|
|
|
|
| |
'Lopend achteruit
parkeren'
In deze verplichte oefening loop je aan
de rechterzijde van de rijbaan met de motor aan de hand. Daarna parkeer
je de motor achteruit in een denkbeeldig parkeervak en zet je de motor
op de standaard. Vervolgens haal je de motor weer van de standaard
en loop je naar rechts het parkeervak uit. |
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
'Noodstop'
Je rijdt minimaal vijftig kilometer
per uur. Na het poortje rem je maximaal om zo snel mogelijk tot stilstand
te komen. Natuurlijk verlies je de controle over de motor niet.
|
|
| |
|
|
|
|
| |
'Precisie stop'
Bij de precisiestop gaat het erom dat
je op een bepaald punt stilstaat. Je rijdt eerst vijftig kilometer
per uur en remt beheerst als je het eerste poortje van twee pylonen
passeert. Daarna moet je de motor zeventien meter verderop tot stilstand
brengen . |
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
'Snelle slalom'
Bij de snelle slalom zijn zes pylonen
opgesteld. Deze slalom neem je bij een snelheid van minstens dertig
kilometer per uur met trekkende motor. Belangrijk is dat het vloeiend
en gelijkmatig gebeurt. |
|
| |
|
|
|
|
| |
'Stapvoets rijden'
Hier is het de bedoeling dat je naast
de lopende examinator blijft rijden over een afstand van twintig meter.
Er wordt gelet op snelheid, balans en een juiste bediening van de
motor. Je maakt gebruik van een slippende koppeling. Je voetrem mag
je bij deze keuzeoefening ook gebruiken, maar je houdt je voeten tijdens
het rijden op de voetsteunen. |
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
'Stopproef'
Naast de precisiestop kan de examinator
ook nog kiezen voor de stopproef als tweede keuzeoefening. Het doel
van deze oefening is dat je technisch goed remt. Je schakelt kort
voordat je stilstaat terug naar de eerste versnelling. Je hebt een
korte remweg. |
|
| |
|
|
|
|
| |
'Uitwijkoefening'
Bij de uitwijkoefening kom je met vijftig
kilometer per uur aanrijden door de poort. Vijftien meter na de poort
moet je vóór een denkbeeldig muurtje van pylonen naar
links uitwijken. Daarna keer je weer terug naar de eigen weghelft.
|
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
 |
|
'Vertragingsoefening'
Bij deze optionele oefening trek je
vanuit stilstand op om snel te komen tot een snelheid van vijftig
kilometer per uur. Je rijdt dan in tenminste de derde versnelling.
Na het tweede poortje rem je af tot 30 kilometer per uur en schakel
je minimaal één versnelling terug. Daarna rijd je
met deze snelheid een slalom om drie pylonen die acht meter uit
elkaar staan.
|
|
| |
|
|
|
|
| |
'Wegrijden uit
parkeervak'
Bij deze keuzeoefening rijd je vanuit
stilstand uit een parkeervak weg. Je maakt een haakse bocht en rijdt
enkele meters rechtuit. De rijbaanbreedte is drie meter. Het belangrijkste
van deze oefening is dat je gecontroleerd een scherpe bocht weet te
maken, direct na het wegrijden. |
|
 |
|
| |
|
|
|
|
| |
Afbeeldingen en tekst
© CBR |
|
|
|
|